PC 322.01 - Erkende ondernemingen dienstencheques
Paritair comité 322.01 regelt de arbeidsvoorwaarden van werknemers, vooral huishoudhulpen, bij erkende ondernemingen die met dienstencheques werken.
Geldt het eenheidsstatuut ook hier?
Ja. Werk je met een arbeidsovereenkomst als huishoudhulp, dan bepaalt sinds 1 januari 2014 je anciënniteit de opzegtermijn, samen met de vraag wie het contract beëindigt. Dat je bij verschillende klanten poetst, verandert daar niets aan: je werkgever is de dienstencheque-onderneming.
Veel contracten in deze sector zijn deeltijds. De opzegtermijn in weken is dezelfde als bij voltijds werk; enkel het loon waarop een eventuele vergoeding wordt berekend, is dat van je deeltijdse regime.
Opzegtermijn bij ontslag door de werkgever
De wettelijke basistabel van het eenheidsstatuut (contracten vanaf 2014). Lees "2 - 3 jaar" als: vanaf 2 jaar tot net geen 3 jaar anciënniteit.
| Anciënniteit | Opzegtermijn werkgever |
|---|---|
| Minder dan 3 maanden | 1 week |
| 3 tot 4 maanden | 3 weken |
| 4 tot 5 maanden | 4 weken |
| 5 tot 6 maanden | 5 weken |
| 6 tot 9 maanden | 6 weken |
| 9 tot 12 maanden | 7 weken |
| 12 tot 15 maanden | 8 weken |
| 15 tot 18 maanden | 9 weken |
| 18 tot 21 maanden | 10 weken |
| 21 tot 24 maanden | 11 weken |
| 2 tot 3 jaar | 12 weken |
| 3 tot 4 jaar | 13 weken |
| 4 tot 5 jaar | 15 weken |
| 5 tot 6 jaar | 18 weken |
| 6 tot 7 jaar | 21 weken |
| 7 tot 8 jaar | 24 weken |
| 8 tot 9 jaar | 27 weken |
| 9 tot 10 jaar | 30 weken |
| 10 tot 11 jaar | 33 weken |
| Elk jaar van 11 tot 20 jaar | +3 weken per jaar (tot 60 weken) |
| 20 tot 21 jaar | 62 weken |
| Vanaf 21 jaar | +1 week per begonnen jaar |
Opzegtermijn als je zelf ontslag neemt
Neem je zelf ontslag, dan is de opzegtermijn korter en geplafonneerd op maximaal 13 weken.
| Anciënniteit | Opzegtermijn werknemer |
|---|---|
| Minder dan 3 maanden | 1 week |
| 3 tot 6 maanden | 2 weken |
| 6 tot 12 maanden | 3 weken |
| 12 tot 18 maanden | 4 weken |
| 18 tot 24 maanden | 5 weken |
| 2 tot 4 jaar | 6 weken |
| 4 tot 5 jaar | 7 weken |
| 5 tot 6 jaar | 9 weken |
| 6 tot 7 jaar | 10 weken |
| 7 tot 8 jaar | 12 weken |
| 8 jaar en meer | 13 weken (maximum) |
Contract van vóór 2014: de dubbele berekening
Werk je al sinds vóór 1 januari 2014 bij dezelfde werkgever, dan tel je twee delen op: je recht opgebouwd tot en met 31 december 2013 volgens de oude regels, plus je recht vanaf 2014 volgens de tabel hierboven (met de anciënniteitsteller terug op nul). De som is je totale opzegtermijn.
Rekenvoorbeeld
Een huishoudhulp is 3 jaar in dienst en wordt ontslagen door de werkgever. De opzegtermijn bedraagt 13 weken, ongeacht of ze voltijds of deeltijds werkt.
Bij een verbreking wordt de vergoeding wel berekend op het deeltijdse loon. Neemt ze zelf ontslag, dan is de termijn 6 weken.
Aandachtspunten in deze sector
🧹 Werken bij meerdere klanten
Je werkgever is de dienstencheque-onderneming, niet de klant. Je anciënniteit loopt bij die werkgever, ongeacht bij hoeveel gezinnen je poetst.
⌛ Deeltijds werk
De opzegtermijn in weken is gelijk aan die bij voltijds werk. Enkel de loonbasis voor een vergoeding volgt je deeltijdse uren.
📚 Vorming en premies
De sector heeft een eigen vormingsfonds en premies (zoals een eindejaarspremie). Die staan los van je opzegtermijn.
⚖️ Variabele uurroosters
Bij sterk wisselende uren wordt voor de vergoeding meestal een gemiddelde genomen. Laat dit narekenen bij je sociaal secretariaat.
Hoe en wanneer start de opzegtermijn?
Een opzeg door de werkgever gebeurt schriftelijk via aangetekende brief of deurwaardersexploot, met begin en duur van de termijn. Als werknemer mag je je opzeg ook tegen ontvangstbewijs of aangetekend overhandigen.
De opzegtermijn begint te lopen op de eerste maandag na de week waarin de opzeg werd betekend.
Bereken je opzegtermijn
Vul je begindatum en situatie in voor een exacte berekening
Naar de calculator →Deze pagina geeft algemene informatie op basis van de wet van 26 december 2013 (eenheidsstatuut) en is geen juridisch advies. Voor je concrete situatie, sectorale CAO's of anciënniteit van vóór 2014 raadpleeg je best je vakbond, je sociaal secretariaat of een arbeidsrechtadvocaat.